Het Benelux-Gerechtshof
Het Benelux-Gerechtshof is als internationaal gerechtshof onderdeel van de Benelux Unie en heeft als hoofdtaak het bevorderen van de uniforme uitleg van in het kader van de Benelux Unie totstandgekomen gemeenschappelijke rechtsregels. Deze rechtsregels beslaan zeer uiteenlopende terreinen zoals intellectuele eigendom, dwangsom, wettelijke aansprakelijkheidsverzekering voor motorrijtuigen, ….. Het Hof is bij Verdrag van 31 maart 1965 (in werking getreden op 1 januari 1974) opgericht.


Bij Protocol van 15 oktober 2012 werden bijkomende bevoegdheden toegekend aan het Hof en werd haar zetel verplaatst van Brussel naar Luxemburg.
Het Benelux-Gerechtshof is een tweetalige instelling; de procestalen zijn het Nederlands en het Frans.
Het Hof wordt geleid door een presidium van drie raadsheren. De president en de vicepresidenten zijn allen van een verschillende nationaliteit. Die functies worden volgens nationaliteit bij toerbeurt vervuld voor een periode van drie jaar.
Het Parket wordt geleid door de Eerste Advocaat-Generaal. Ook die functie wordt volgens nationaliteit bij toerbeurt vervuld voor een periode van drie jaar.
Het Hof is samengesteld uit drie kamers:

De Eerste Kamer
De Eerste Kamer behandelt vragen van nationale rechters over de uitleg van gemeenschappelijke rechtsregels. Nationale rechters kunnen zich – of, indien er geen beroep tegen hun uitspraak openstaat, moeten zich – bij twijfel over de uitleg van een Benelux rechtsregel wenden tot het Benelux-Gerechtshof, dat vervolgens bindend uitspraak doet ter zake. Tot aan die uitspraak wordt de betreffende zaak voor de nationale rechter aangehouden.
De nationale regeringen van de drie landen kunnen de Eerste Kamer van het Hof om advies vragen omtrent de uitleg van een rechtsregel.
Tenslotte neemt de Eerste Kamer kennis van beroepen tegen uitspraken van de Tweede Kamer.
De negen leden en negen plaatsvervangende leden van de Eerste Kamer worden benoemd uit de raadsheren van het Belgische Hof van Cassatie, de Hoge Raad der Nederlanden en het Luxemburgse Cour supérieure de justice.
De Tweede Kamer
De Tweede Kamer neemt kennis in volle omvang van beroepen ingesteld tegen eindbeslissingen van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom in Den Haag die zijn genomen ter uitvoering van de titels II, III en IV van het Benelux-Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (weigering tot inschrijving, verval, nietigheid, oppositie, doorhaling). Op grond van artikel 1, lid 4 van het Hof-Verdrag kan de Tweede Kamer in de toekomst ook bevoegd worden voor andere materies.
De zes leden en zes plaatsvervangende leden van de Tweede Kamer worden benoemd uit de rechters van de Hoven van beroep van België, de Gerechtshoven van Nederland en het Cour d’appel van Luxemburg.
De Derde Kamer
De Derde Kamer is bevoegd voor ambtenarenzaken, aangebracht door personeelsleden van het Secretariaat-Generaal van de Benelux Unie en van de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom.
De drie leden en drie plaatsvervangende leden van de Derde Kamer worden gekozen uit de leden van de Eerste en de Tweede Kamer.
Het Parket
Het Parket van het Hof concludeert in alle zaken voor de Eerste Kamer. In zaken voor de Tweede en de Derde Kamer concludeert het Parket alleen als het zelf en/of de kamerpresident van oordeel is dat de zaak zich leent voor een conclusie.
Het Parket bestaat uit drie advocaten-generaal en drie plaatsvervangende advocaten-generaal. Zij worden benoemd uit de leden van de parketten van het Belgische Hof van Cassatie, de Hoge Raad der Nederlanden en het Luxemburgse Hooggerechtshof.
De Griffie
Het Hof en het Parket worden administratief, procedureel en organisatorisch bijgestaan door de griffie, die in Luxemburg is gevestigd.